Hunker (De Dijk)

het zingt in de lucht het druipt van de muren het valt uit de tassen van de mensen op straat het staat in de ogen van de jongens in disco's meisjes in tricots strak van gelaat het galmt door de gangen van de flats en de metro's het schreeuwt van de daken het scheurt in de auto's het zingt in de lucht het knalt door de muren het hangt in de huizen het kruipt waar het gaat het knaagt in fabrieken het zeurt in de kroegen het sist als een druppel op een gloeiende plaat willen maar niet kunnen er moet gauw iets gebeuren deze wereld te krap geen lucht te veel deuren het laat niet meer los als het toeslaat het laat niet meer los hunker hunker het zingt in de lucht het druipt van de muren het valt uit de tassen van de mensen op straat het staat in de ogen van de jongens in disco's meisjes in tricots strak van gelaat het smoort op het asfalt op zaterdagmorgen het komt met een klap en het gaat niet meer zonder het laat niet meer los als het toeslaat het laat niet meer los hunker hunker willen maar niet kunnen er moet gauw iets gebeuren deze wereld te krap geen lucht te veel deuren het zit diep van binnen te stuiten naar buiten dat groene reptiel dat bijt en dat zuigt aan de punt van je ziel het laat niet meer los als het toeslaat het laat niet meer los hunker hunker